Archief voor de ‘Spreuken & Gedichten / Spells & Poems’ Categorie

A Childs Dream Blessing

Witches Haven

Demonica Rayne

554122_376009309211853_1627866613_n

Advertenties

spreuken klas 6 (middeleeuwen)

via:http://www.vrijescholen.nl/public/nl.vrijescholen/www/files/1338290836_Getuigschriftspreuken%20klas%206%20-%20Gedichten%20in%20de%20vorm%20van%20affirmaties%20in%20Middeleeuwse%20sfeer.pdf

Getuigschriftspreuken voor klas 6
Gedichten in de vorm van affirmaties in Middeleeuwse sfeer
Geschreven in Mei 2004 door Lisette en Martin Stoop.

~
Merlijn spreekt tegen Arthur.
“Ik raad u koning, volg uw hart. Volg de innerlijke stem, die het juiste weet.”

~
De schaakspeler.
“Ik wacht in alle rust, tot het spel mij toont, wat mijn antwoord is.”

~

Karel de Grote.
“Ik geef u als taak de landgrenzen te bewaken en de edele ambachten te eren.”

~
Monnik.
“In onze abdij vinden wij elkaar door samen te werken. En zo ontvang ik ook de
liefde, die God mij geeft.”

~
Gezel.
“Ik ken mijn weg als gezel. Vóór mij ligt het meesterschap in ’t verschiet.”

~
Schrijvende monnik.

“Ik vorm elke letter exact. Zo ontstaat mijn boek vol wijsheid, licht en liefde.”

~
Rondtrekkende gezel.
“Ik ben gezel en wil in de leer bij vele meesters, zodat ik kan scheppen wat ik
wil.”

~

Burchtheer, die zijn kasteel bouwt.
“Ik bouw mijn kasteel op een stevig fundament. Zo bied ik een veilige woonstee
aan vrienden en gasten.”

~
Glasblazer.
“Ik werk met plezier en aandacht. Zo kan ik als gezel bij vele meesters
terecht.”

~
Rozenkweker.
“Ik kweek mijn rozen trouw en aandachtig. Nu brengen ze licht en liefde in het
kasteel.”

~

Ridder de nacht voor hij de ridderslag krijgt.
“ Ik ken mijn manieren en hanteer het zwaard met groot gemak. Nu krijg ik mijn
ridderslag.”

~
Merlijn.
“ Ik zoek de geheimen en doorzie steeds meer. Deze kracht van de mens is mijn
grootste plezier.”

~
Merlijn schenkt de ronde tafel.
“Ik bouw deze tafel voor u, edele ridders. Zo sluit ik de kring en houd allen
bijeen.”

~

Arthur.
“Ik ben van geboorte koning, maar door mijn rechtvaardige besluiten waardeert
men mij alom.”

~
Ridder.
“Ik ben als schildknaap begonnen. Maar nu ben ik ridder en ga ik strijdvaardig
door het leven.”

~

Burchtvrouwe.

“Ik geef mijn gade heimelijk raad,
want de kracht van mijn denken brengt licht en liefde.”

~

Troubadour.
“Ik breng plezier op hoeve en kasteel met mijn kleurrijke verhalen. En wat ik
nog niet weet, vertelt men mij wel.”

~
Ridder.
“Ik rij op mijn paard, zie de nood van het volk en beleef plezier aan de hulp, die
ik bied. Mijn leven is een groot avontuur.”

~
Leenheer.
“Ik ben trots op mijn hoeve. Ik verdeel het werk en iedereen doet nu wat hem
past.”

~

Karel de Grote.
“Ik regeer mijn rijk wakker en verstandig. Ik heb oog voor het recht en de noden
van het volk.”

~

Arthur.
“Ik werk nu samen met mijn kring van ridders. Als vrienden zoeken wij het
licht van de Graal.”

~

Karel de grote.
“Ik kies voor de vrede. Ik geef u zelfbestuur, want gij weet het beste, wat uw
volk wil.”

~

Merlijn.
“Ik geef expres net de verkeerde raad. Het effect is lachwekkend en we worden
er allebei wijzer van.”

~

Burchtheer.
“Ik geef u als ridder mijn woord van eer en bied u een veilige woonstee in
mijn burcht.”

~

Boogschutter.
“Ik span mijn boog met kracht en richt mij op de verte. Zo bereik ik met
zekerheid mijn doel.”

~

Hofdame met luit.
“Ik bezing met plezier het ridderleven en uit mijn liefde in een minnelied.”

~

Klokkengieter.
“Ik giet het roodgloeiend brons in de klokkenvorm, dan vijl en polijst ik tot de
klank zuiver klinkt.”

~

Broeder Alcuin.
“Ik verplicht mij met vreugde tot regelmaat en rust. Ik wil mijn innerlijke stem
nu herkennen.”

~

Mei 2004. Lisette en Martin Stoop.

spreuken klas 5 (vogels)

via:http://www.vrijescholen.nl/public/nl.vrijescholen/www/files/1338290836_Getuigschriftspreuken%20klas%205%20-%20Gedichten%20over%20vogels.pdf

Getuigschriftspreuken voor Klas 5, allemaal over vogels.
Martin Stoop
Een boerenzwaluw.
‘t Is koud en fris, kom we gaan.
We vangen straks wel vliegen, zwierig en snel.
En de zon van het zuiden verwarmt ons wel.
Maak baan! Met honderdduizenden komen we aan.

Maar wat een tocht over ijskoude bergen.
En wat een zee met alleen maar wind.
En deze woestijn, waarin ik alleen kamelen vind.
Velen van ons zal dat het leven vergen.
Eindelijk ….de wijde steppe met giraffes en een rivier.
Nu douche ik…in een waterval en heb ik weer plezier.

~
Een boerenzwaluw.
Babbelen en fladderen.
In dauw en modder badderen.
Een bromvlieg hier, een motje daar.
Die lege maag die roept alsmaar.

Ook de jongen in de schuur,
In ’t nestje geplakt aan de muur,
Verorberen duizenden vliegjes per dag,
Zodat ik de hele dag jagen mag.
Bij regen vang ik zelfs spinnen uit hun webben.
Ja, van vliegen vangen blijf ik altijd honger hebben.

~

Een gierzwaluw.
Van jongs af aan at ik vliegen
Wilde ik vliegen en ook veel.
Lucht en wind mochten mij wiegen
Of een nest in de muur van een kasteel.
Hoog in de hemel weet ik mijn weg wel te vinden.
Daar kan ik slapen, spelen en dromen.
Daar jagen we samen ver boven de bomen
Of reizen naar Afrika op warme winden.
O ja, in de zomer broeden en zorgen wij,
Maar daarna zijn er weer meer zwaluwen.……..vrij.

~

Een merel.
Er zijn er nu velen zoals ik.
Al uitgevlogen na een week of twee.
Nog een beetje geholpen, dat viel mee.
En, dan op me zelf, alleen maar ik.
Al luisterend leerde ik zingen.
En afkijkend ook trappelen om wormen te vangen.
Maar bij alles was er dat verlangen
Om me af te stemmen op de dingen.
Nu zing ik voor dag en dauw mijn lied.
En ook ’s avonds zing ik aandachtig
Zolang ……. tot niemand me meer ziet.

~

Een zwaluwenpaar.
Waar bouw ik mijn nest? Nou wel naast die van jou.
En ook ergens binnen. Ik hou niet van de kou.
Lekker kwebbelen met honderden op een rij.
We mogen ons wel haasten, want het is al weer mei.
Kijk nou toch, met zes is ons nestje tsjokke vol.
Dan leg ik ze bij buurvrouw, …dit is me te dol.
Maar wat zijn die kinderbekjes toch reuze groot.
Dat muggenvangen wordt echt nog eens mijn dood.
Voor die prestatie hoef ik me niet te schamen.
En jij ook niet! Doen we het volgend jaar weer samen?

~

Een leeuwerik.
Op een graspol of paaltje val ik niet op.
Dus zwier ik naar boven, want ik geef niet snel op.
En al stijgende zing ik riedelend in de wind.
Steeds hoger en hoger en zo ga ik door het lint.
Pas als ik een stipje aan de hemel ben,
Zo klein als ik slechts sterren ken,
Kom ik jubelend pas weer naar benêe
Om te eten van die gouden halmenzee.
Iedere lente kom ik in dit gebied.
Dan zoek ik mijn maatje en klinkt weer mijn lied.

~

Een pimpelmees.
Op mijn kop aan een tak
In een bessentros op mijn gemak
Zing ik vlot de hele dag,
Vrolijk om wat ik nu weer zag.
Hoog en laag, altijd weer
Pik ik beestjes keer op keer.
Eitjes leg ik een stuk of tien.
En dan legt de buurvrouw,
Ook altijd in touw,
er soms nog wat bij bovendien.
Tot twintig bekjes voed ik dan.
Dus vlieg ik wat af met mijn man.
Die is even blauw en geel als ik.

En ook altijd bezig; ’t is een tic!

~

Een buizerd.
Mijn vleugels wijd uit, gestrekt in de wind,
Voel ik me vrij, is de lucht mijn vrind.
Dan schroef ik me machtig traag omhoog.
En spied ik naar prooi met mijn scherpe oog.
Ik draai en dans in de warme lucht.
En vang mijn prooi vanuit volle vlucht.
In gure kou stap ik echter stevig rond.
En ruk ik soms een wurm uit de grond.
Maar wordt het lente, dan stijg ik weer op.
En dans ik miauwend mijn balts…. non-stop.

~

Een buizerd.
Het is te koud en er is geen wind.
’t Wordt zaak, dat ik wat te eten vind.
Hier op dit paaltje naast de weg
Wacht ik even op die vogel met pech,
Die zonder uit te kijken de weg over steekt.
Dit is slechts overlevingskunst; dat spreekt.
Maar straks in de lente toon ik mijn trots.
Mijn gespaarde kracht blijft zo sterk als een knots.
In machtige vlucht zweef ik dan in het blauw.
En vang ik iedere prooi, die ik wil, met mijn klauw.

~

Een mus.
Na verloop van tijd weet ik precies
Welke huizen ik niet …. of juist wel kies.
Want sommige katten jagen nog met list,
Terwijl andere je bekijken als toerist.
Bij sommige families wordt ook heel veel gemorst.
En andere schenken mij altijd een korst.
Als je zo je eigen adresjes hebt om te eten
Schijnen sommigen zelfs mijn naam te weten.
Aanpassen is een kunst…. die past bij mij.
En iets nieuws leren … hoort er gewoon bij.

~

Een kerkuil.
De kerken hebben mij verstoten helaas.
De klokken hangen tegenwoordig achter gaas.
Maar bij de boeren vind ik nu weer een thuis.
Daar spook ik ’s nachts rond op zoek naar een muis.
Ik vlinder daar helikopterend rond.
En gris er nog menig prooi van de grond.
Als ik nestel is mijn man een echte heer.
En als hij veel muizen brengt, dan leg ik ook meer.
Samen voeren we dan onze kuikens iedere nacht.
En weet je,
dat vliegen onder de sterren ……. geeft mij kracht.

~

Een zwarte kraai.
In mijn territorium stap ik stevig rond.
Ik blijf van engerlingen, torren en kevers gezond.
Sterft er een kraai…… komt zijn jachtgebied vrij…..
Wel meer dan 1 zwartjas is er dan als de kippen bij.
Vroeg op stok en laat weer op,
Heb ik altijd een heldere kop.
Ik weet precies hoe alles altijd gaat.
En als er iets afwijkt, zijn mijn zinnen paraat.
Ik nestel graag rustig in een eik of een beuk.
Maar bedelen bij mensen vind ik ook reuze leuk.

~

Een condor en een kolibrie.
Groot en klein zou ik willen zijn.
Een reuzen condor of een kolibrie zo klein.
Reusachtige vleugels dragen mij uiterst ver en hoog.
Langzaam zwevend in rust en stilte spiedt mijn oog.
Af en toe eet ik ……………………….. ontzaglijk veel.
En mijn jong krijgt een jaar lang ook altijd z’n deel.
Of rechtop wakker vlieg ik razend snel.
Ik ga voor zoete geuren en kleuren zo fel.
Zo klein als een hommel in wervelende vlucht.
Zuig ik dan nectar helikopterend in de lucht.
Zelfs mijn hartje zoemt dan van geluk.
Na zoiets kan mijn dag ….niet meer stuk.

~

Een roodborstje.
In ’t bos …….onder struiken en op de grond
Hip ik vrolijk en ijverig rond.
Wordt er gewerkt en gespit in een tuin,
Dan hou ik bij voorbaat mijn kopje al schuin.
Ieder insect dat opgespit wordt,
Vang ik gretig in ongeremde sport.
Ik leef in m’n eentje en ben niet bang.
Vanuit elke boom klinkt mijn feestelijk gezang.
Zie….ik, zie…ik, roep ik zo luid als ik kan.
Ik heb alles gezien en weet overal van

~

Een Vlaamse gaai.
Mijn prachtige kleuren, roodachtig bruin,
Met gebandeerd blauw op mijn vleugels
en op mijn kruin,
Samen met mijn zacht gekwetter en geklok zo luid,
Maken van mij een goed verklede guit.
Net als mijn familieleden ken ik de wereld goed,
En eet ik gevarieerd: eieren,
muizen of insecten zo zoet.
Zo samen met een vrouwtjesgaai
Heers ik in mijn eigen bos, zoals iedere kraai.
Maar als de eikels rijp en oogstbaar zijn,
Begraaf ik voorraadjes groot en klein.
In de winter ………..zoek ik die op mijn gemak.
De rest laat ik kiemen, want eiken planten …
… is mijn vak.

~

Een papegaai.
De hele dag ben ik bezig in ’t tropische bos.
Zo tussen die kleurrijke bloemen kom ik echt pas los.
We klimmen behendig, helpen elkaar
En waarschuwen luid bij elk gevaar.
We poetsen en wassen elkaar ook de veren.
Of komen elkaar een vrucht of een nootje trakteren.
Uitdagend samenspelen tot hoog in de bomen,
Tot daar waar nauwelijks de apen nog komen.
Zo zwierend en zwevend boven het bloeiende woud
Glanzen mijn veren dan oplichtend als goud.

~

Een papegaai.
Ik klim en klauter hele dagen.
Speel of zit aan een nootje te knagen.
We letten bijzonder veel op elkaar.
En schreeuwen luidruchtig bij ieder gevaar.
Buitelend hangen aan een tak.
Doe ik heel gesmeerd en op mijn gemak.
Ook bij het eten hang ik vaak op mijn kop.
Zo scharrel ik wel het lekkerste eten op.
En al zijn die noten zo hard als staal…….
Mijn ijzersterke snavel kraakt ze allemaal.

~

Een zeearend.
Als ik op mijn roestplaats zit,
Lijk ik grijs, vormeloos en zonder pit.
Maar als ik mijn brede vleugels uitsla
En op jacht of uit vissen ga……
Dan toon ik mijn macht
En sla ik toe met veel kracht.
Roodbaars, schelvis of kabeljauw
Sla ik uit het water met mijn vlijmscherpe klauw.
Zelfs karpers tot een kilo of acht.
Dat had ik zelf zelfs niet verwacht.

~

Een zeearend.
Vroeg in de ochtend ben ik vaak druipend nat,
Maar als de vis begint te springen, ga ik op pad.
Met gespreide veren, schrikbarend breed
En gevishaakte klauwen heb ik snel beet.
In nood, als de honger mij dwingt,
Vang ik alles wat in of rond het water springt.
Otters pik ik zelfs hun vissen af.
Of ik vang zelfs zwanen; ik ben heus niet laf.
In de hoogste bomen daar bouw ik mijn nest,
Want vliegend in de lucht ben ik op mijn best

~

Een zeearend.
Vanaf mijn horst in een boom bij ’t water
Kijk ik stil, hoor ik alles, want ik ben geen prater.
Een paar keer per dag wordt de prooi verdeeld,
Maar verder wordt hoog in de lucht gespeeld.
Mijn maatje ontmoet ik ieder jaar.
We haken dan gewaagd onze poten in elkaar.
En vanuit grote hoogte laten we ons dan vallen.
Alleen geslaagd teamwork kan ons bevallen.
Mijn glijdende vlucht en mijn witte staart
Maken mij goed herkenbaar in volle vaart

~

Een steenarend.
Rank en stevig, groot en machtig,
Donkerbruin glanzend en o zo krachtig
Zweef ik tussen bergen boven dalen.
Jagend op hazen en hoenders in grote getale.
In snelle duik stort ik mij op hen neer.
Van schrik verstijfd is mijn prooi keer op keer.
Op mijn horst hoog in een oude boom
Sta ik dan statig en zonder schroom.
Ook mijn poten zijn met veren getooid,
Want mijn kracht
wordt in de volle wind pas volledig ontplooid.

~

Een buizerd.
Stil wacht ik af op mijn hoge tak.
Van daaruit zie ik mijn prooi met gemak.
In snelle duikvlucht stort ik me neer.
Vang ik muizen, en vogels keer op keer.
Ook bid ik stil hangend in de lucht.
Dan vang ik mijn prooi vanuit staande vlucht.
Indringers worden met mijn partner geweerd.
En onze jongen zijn in het jagen snel volleerd.
Wij bouwen ook graag wat extra nesten.
En kiezen dan elk jaar weer de beste.

~

Een boomvalk.
Hoog in de lucht vlieg ik behendig en snel.
Wat er ook langs vliegt, ik vang het wel.
Vooral uit zwermen grijp ik ze met gemak.
Een prooi uit de lucht slaan is mijn vak.
Zelfs vleermuizen of zwaluwen ontkomen mij niet.
Ik heb de rode broek aan in mijn gebied.
Naast mijn witte keel en zwarte kop
Vallen mijn zwartblauwe rug
en gevlekte onderzijde op.
Ik ben hier alleen in de zomer te gast.
En ’s winters op vakantie,
zoals een levensgenieter wel past.

~

Een Amerikaanse zeearend.
De hoge hemel is mijn huis.
Maar ook in het water ben ik thuis.
Kom ik omlaag op mijn prooi gericht,
Dan zijn mijn brede vleugels een machtig gezicht.
Mijn gespreide vingers en mijn witgekroonde staart
Sturen mijn grijppoten in volle vaart.
Een zalm van een meter draag ik met gemak
Naar mijn nest van 3 meter op een hoge tak.
Mijn gemoed raakt niet snel van de kook
En ik streef bij alles naar grote maten.
Daarom sta ik ook
in het embleem van de Verenigde Staten.

~

Een keizerarend. (adelaar)
Het is de verte die mij trekt.
De rustige vlakte …..tot de horizon gestrekt.
Daar dragen de luwe winden mij.
Het doelloos zweven hoort erbij.
Bij honger vang ik dan feilloos een slang.
Of neem ik een vogel of konijn in de tang.
Een concurrent laat ik lekker met rust.
Zo is een ruzie ook ’t snelst gesust.
Voor mijn maatje en jongen zorg ik goed.
Daar geniet ik van en dat geeft me weer moed.

~

Een ijsvogel.
Ik zit meestal rustig en stil op een tak.
Vlak boven de beek, want vissen is mijn vak.
Ik richt me slechts goed op een vis in het water
En pijlsnel spies ik hem dan even later.
De meeste tijd heb ik alleen gejaagd.
Tot ik voor het broeden ben gevraagd.
Samen zijn we een tunnel gaan graven.
Ook het broeden en voeren deden we vol overgave.
Maar toen onze jongen hun vieze nest verlieten,
Ben ik toch weer alleen van het leven gaan genieten.

~

Een merel.
Vrolijk hip ik op het gazon in ’t rond.
En stampvoetend lok ik wat insecten uit de grond.
Met mijn kopje schuin sta ik op de loer.
En als ik gestoord wordt, tsjilp ik luid en stoer.
Dan vlieg ik de hoogte in tot boven op het dak.
En sputter nog wat na op mijn gemak.
Maar onder het hoge hemelgewelf
Vind ik al zingend spoedig mijzelf.
Dan zie en begrijp ik alles weer.
En daar zing ik dan over keer op keer.

Beltaine gedicht…

via:Happy Witch

Beltaine Poem

The land is green, the soil fertile, warmed by the bright Sun!
Dance around the Maypole, children, Summer has begun!
Goddess green, the land, and fields meet the spark of life.
Flowers and ribbons celebrate the end of Winter’s strife!
As days grow warm, and ever longer,
The Sun’s great power is burning stronger!
Maiden Goddess and Hunter Prince, dance the circle ‘round,
And disappear among the trees, for true love has been found!

In an ancient grove they meet this night,
To join together in The Great Rite!
God and Goddess joined in passion, their union this day is made.
In the grove, warm and green, the chalice joins with blade!

***
by ~captainsparrow666, Apr 14, 2012, 3:38:16 PM
Literature / Poetry / Emotional / Songs & Lyrics

Art by: arjenhenry

*****

Happy Witch – Sonja

217807_354945297946947_1092337933_n

Afbeelding

Afbeelding & gedicht / Beltaine

via:Niamh’s Labyrinth: Wandering the Crooked Path

Here in the south, we anticipate Beltane…The Beltane fire sends its flames to the sun,
The promise of Summer warmth to come,
The Horned God dances through the green,
Chasing after his Goddess and Queen….
Hawthorn blossoms in radiant white,
And clarity grows in the quickening light,
Now is the time for action and life,
To fertilise plans and banish strife.
Take the leap across the Beltane fire,
And let the energies take you higher.
Blessed Beltane!by Luna
beltane_fires_by_mslionking

1278837_207235279455976_1493854025_o

spreuken klas 5 (planten)

via:http://www.vrijescholen.nl/public/nl.vrijescholen/www/files/1338290836_Getuigschriftspreuken%20klas%205%20-%20Gedichten%20in%20de%20vorm%20van%20affirmaties%20over%20planten.pdf

Getuigschriftspreuken voor klas 5
Gedichten over planten in affirmatievorm
Mei 2003, Lisette en Martin Stoop
• Boeken, waarin planten en competenties worden beschreven:
• Bach-Bloesemtherapie van Mechthild Scheffer: De planten staan duidelijk beschreven.
De blokkades en potenties worden ook opgesomd.
• Het boek: Bloesemtherapie van Carol Rudd is rijk geïllustreerd en ook daarin staan
bevestigingen (affirmaties).
• De Encyclopedie voor natuurlijke geneesmiddelen van Könemann is zeer kort. Bij de
bloesemremedies worden zeer veel mogelijkheden beschreven.

De kastanjeknop.
Ik stop op tijd
en verpak wat er binnenin groeit kunstig in het hars.
Zo heb ik volgend jaar een stevig begin.
De agrimonie.
Ik ontvouw mijn blad jubelend van vreugde.
Ik breng mijn sterrenbloemen juichend naar het licht.

De wilg.
Ik wortel diep in het woelige water.
Weer en wind trotseer ik soepel.
Door mijn levenskracht kom ik altijd tot bloei.
De witte kastanje.
Ik sta stevig en krachtig en spreid mijn takken wijd de wereld in.
Uit liefde voor het licht toon ik mijn bloei in duizendvoud.

De clematis.
Ik blijf onderzoeken en heb houvast aan alles wat ik tegenkom.
Na iedere bloem krijg ik witte pluimen en waai ik vrolijk de wereld in.
De clematis.
Ik vind overal houvast en bereik steeds grotere hoogtes,
Om licht en luchtig tot bloei te komen.
Het loodkruid.
Ik spiegel in mijn bloei de kracht van mijn blad.
Altijd aanwezig, altijd dicht bij mij.

De korenbloem.
Ik richt mij naar het licht en vorm een stevige bloembodem.
Zo schep ik een prachtige bloementuin.
De sleutelbloem.
In het hart van mijn blad spaar ik het licht.
Zo vorm ik de kracht voor mijn bloemenfontein.
De goudsbloem.
Ik toon me elk jaar van zaad tot bloem.
In alle richtingen kom ik stralend tot bloei.

De stokroos.
Ik toonde eerst mijn prachtige blad.
Nu richt ik mij krachtig naar het licht.
Zo bloei ik rijkelijk en vorm rozetten van zaad.

De walnoot.
Behoedzaam bescherm ik mijn stevige zaden
en soepel vervolg ik mijn eigen weg.
De akelei.
Ik open mijn blad en sluit de randen,
Vorm een hemelse bloem en dan groet ik sierlijk de aarde.
De beuk.
Ik zet ieder blad recht in de zon.
Ik sta stevig , beukenwortels steunen elkaar.
Mijn groeikracht stop ik in stevige nootjes en die deel ik uit.

De waterviolier.
Ik open mijn bladerpluimen onder water.
Dan toon ik , aan een rechte steel, frank en vrij kransen van bloemen.
Het loodkruid.
Ik spiegel in mijn bloei de kracht van mijn blad.
Altijd aanwezig, altijd dicht bij mij.
De kamperfoelie.
Ik vind soepel mijn kleurige weg.
Ik kom in ieder blad bij mezelf.
Ik bloei vol vrolijkheid en flonker in het licht.

De appel.
Ik maak van het licht mijn draagkrachtige takken.
Het geheim van de bloem vormt de kracht van mijn vrucht.
Het duizendguldenkruid.
Ik weet mijn bestemming.
Ik schep mijn eigen ruimte.
Ik richt mij op mijn bloei.
De hondsroos.
Ik beteugel mijn kracht.
Stap voor stap veredel ik mijn blad.
Ik verbind vorm, kleur en geur tot een hemel op aarde.
Zo sta ik sterk.

De olijf.
Ik haal mijn kracht diep uit de aarde.
Door sterke snoei draag ik rijke oogst.
Met mijn pit volbreng ik mijn taak.
De Cichorei.
Ik stuur mijn kracht diep in de aarde en hoog in de lucht.
Iedere dag toon ik heel even mijn hemelsblauwe bloemen.
De rest van de dag groei ik verder in stilte.
De slanke gentiaan.
Ik dring diep in de aarde door de kracht van mijn bloei.
Ik ontvang het zonlicht met liefde in mijn hart.

De zonnebloem.
Ik verstevig mijn statige stengel stap voor stap.
Ik orden mijn duizenden bloemen tot een zon op aarde.
De reuzenbalsemien.
Ik ontvang op mijn stengel het rood van de zon,
maar bloei pas uitbundig hoog in de lucht.
Ik schiet daar mijn zaad tot ver om mij heen.
Het ijzerhard.
Ik verdeel mijn kracht in tijd en ruimte.
Ik verrijk mijn leven langs vele wegen.
Bij iedere kruising kom ik zo tot bloei

De maskerbloem.
Ik houd stand aan de oevers van woelige beken.
Vorm van mijn blad drijfkrachtige bootjes.
Ik bloei als een vlinder vrij in de lucht.

~
Mei 2003
Lisette en Martin Stoop

gedichtje

Jayne Keegan

1623675_592463337504032_1132557863_n

Tagwolk