Posts tagged ‘Rozewit en Rozenrood’

Imbolc verhaal : Het sprookje van Rozewit en Rozenrood.

1439_1[1]

VERHAAL: Het sprookje van Rozewit en Rozenrood.

Er was eens een weduwe die een tweeling had, het waren twee prachtige dochters, Rozewit en Rozerood. Voor het huis stonden twee heerlijke rozenstruiken, een witte en een rode en deze hadden grote gelijkenis met de dochters, die erna vernoemd waren. Rozerood was een heel levendig meisje. Ze hield er dan ook veel van om de hele dag in de velden te lopen. Rozewit was liever thuis om haar moeder te helpen in het huishouden. Ondanks dat ze zo verschillend waren hielden ze heel veel van elkaar. Ze waren allebei dol op dieren en alle dieren wisten dat, daarom deden deze dieren de meisjes nooit kwaad.

Op een winteravond vertelde hun moeder hun een verhaal, ondertussen streelde Rozewit haar kleine lammetje en Rozerood een duif op haar vinger. Plotseling werd er op de deur geklopt, Rozewit deed open en zag tot haar grote schrik een grote bruine beer. De meisjes waren heel erg geschrokken van de grote beer maar hun moeder lied de beer binnen en keek of er nog wat eten voor de grote beer was. De grote beer bleef de hele nacht in het huis en stond s’ ochtends heel vroeg weer op om weg te gaan. De meisje waren hier over heel verdrietig maar waren dol blij toen de grote beer die zelfde avond weer langs kwam. Vanaf dit moment kwam de grote beer iedere avond bij de meisjes lang.

Toen de winter was afgelopen zei de grote beer met een bedroefde stem dat hij weg moest gaan om zij schatten te gaan bewaken. De gemene aardmannetjes willen ze namelijk gaan stelen. De meisjes waren zeer bedroefd over het vertrek van hun grote vriend, hun moeder stuurde ze daarom het bos in om wat met de andere dieren te gaan spelen.

Ze waren nog maar een klein stukje aan het lopen toen ze in de verte een puntje van een muts op en neer zagen gaan. Toen ze dichterbij waren gekomen zagen ze dat het de muts van een klein nijdig mannetje was. Hij zat vast met zijn lange baard in de gleuf van een boomstam. De twee probeerde van alles om het aardmannetje te bevrijden maar niets hielp. “Er zit maar een ding op” zij Rozerood, haalde een schaartje uit haar zak en knipte behendig het puntje van de baard af. Nou zou je denken dat het aardmannetje blij was dat hij los was. Maar in plaats daarvan schold hij over zijn afgeknipte baard en was woedend op de meisjes. Boos liep hij weg maar vergat nog net niet een zak met goud te laten liggen.

Een paar dagen later gingen de meisjes vissen bij de rivier. Toen ze daar kwamen waren ze niet de enige. Het aardmannetje zat weer in de problemen: een vis probeerde hem het water in te sleuren. “HELP” riep het aardmannetje. Rozerood hielp het mannetje door weer zijn baard een stukje af te knippen. Voor de tweede keer was het aardmannetje ontzettend boos op de twee meisjes. De meisjes zagen dat hij onder een steen een zak met parels pakte en die meenam.

Een week later gingen de meisjes voor hun moeder boodschappen doen. Op de heen weg zagen ze een zwarte adelaar cirkels vliegen boven hun prooi. Toen hij op eens naar benden dook hoorde de meisjes een verschrikte kreet. De meisjes holden zo snel ze konden naar de plek waar de adelaar naar toe was gedoken. De adelaar had het aardmannetje als prooi te pakken bij zijn baard. Rozerood haalde snel haar schaartje tevoorschijn en knipte voor de derde keer een stuk van zijn baard af. Het aardmannetje stikte bijna van woede en pakte zijn zak met edelstenen en liep boos weg.

Op de terugweg gingen ze langs de zelfde weg terug. Opeens kwamen ze het aardmannetje tegen en zagen ze hem uit de zak prachtige edelstenen halen. Plotseling draaide het aardmannetje zich om en zag hij de meisjes. “Jullie hebben mijn baard al kort geknipt en nu gaan jullie ook al mijn schatten af pakken, ik zal jullie eens een lesje leren”, zei het aardmannetje gemeen. Opeens verscheen de grote beer en gaf het mannetje een draai om zijn oren, waarop die dood neerviel. Toen de meisjes verwonderd naar de beer keken, viel het berevel van hem af en veranderde die voor hun ogen in een mooie prins. Hij keek glimlachend naar hen en vertelde dat het aardmannetje hem in een beer had betoverd zodat het zijn schatten kon stelen. De prins kon alleen weer een prins worden als het aardmannetje stierf. Rozewit en rozerood trouwden met de prins en zijn broer en leefden nog lang en gelukkig.

Advertenties

Tagwolk