29 getuigschriftspreuken voor een 3de klas
Thema: Oude Testament.
Gedichten in de vorm van affirmaties.
Mei 2001/ feb. 2008 Lisette en Martin Stoop.

~
De tocht door de Rode Zee
Voor mij de zee, zo rood is als bloed.
Achter mij duister, nog zwarter dan roet
Dreigende angst, aanvallende soldaten
Zal god mij hier dan werkelijk verlaten?
Maar hier op het strand, met mijn handen geheven
Sta ik, Mozes, heel rustig en bid voor ons leven.
Krachten van God, verdrijf de zee!
Pad kom vrij, water splijt in twee!

~
Mozes en God in het brandende braambos
Rustig op het groene gras
Weid ik stil mijn schapen.
Wakker ontwaak ik en mijn blik is zo helder als glas.
“Mozes!”, roept God:”Je kan nu niet meer slapen.”
Vurig spreekt God door het groen van de braambossen.
“Mozes, jij zult mijn volk uit Egypte verlossen”.

~
Mirjam dankt God
Zing! Dank! Vier feest, want je bent vrij!
Maak muziek, wees vrolijk en dans met mij.
Na deze tocht vol gevaar door die woelige zee.
Eindelijk vrijheid, dus dans met me mee.
Loeiende stormen hebben we achter ons gelaten.
Wij danken en zingen, God heeft ons niet verlaten!

~
Mozes en de 10 geboden
Mijn reis door goddelijke rijken.
Brengt naar de aarde hemels liefdeblijken.
Tien geboden hier op steen.
Stammen van Israël sluit je aaneen.
De wil van de hoogste in wetten op aarde.
Dagelijks weer krijgt de mens zo zijn waarde.

~
Mozes smijt het gouden kalf stuk
Ik ben met goddelijke kracht vervuld.
Maar wat zie ik nu? Een wild feesttumult.
Het wachten beu zijn jullie wat nieuws gaan verzinnen?
Jullie zijn een speelbal van het kwade. Wat moet ik beginnen?
Een grens van een wet, een besluit moet er zijn.
Die grens geef ik jullie nu, ook al doet dat veel pijn.

~
David krijgt een pantser
Koning Saul, waarom schenkt U mij dit pantser zo groot.
Het gewicht daarvan drukt me bijna dood.
Koning, ik vecht liever nog zonder.
Gods kracht geeft mij hoop op een wonder.
Een leeuw en een beer hielp God mij overwinnen.
Met geloof in die kracht, wil ik nu beginnen.

~
Mozes slaat water ui de rotsen
Stof dwarrelt op,het volk sleept zich voort.
Het geklaag onder de mensen heb ik te vaak al gehoord.
Geen water te vinden, geen kracht doorstroomt de mensen.
Groot is de vraag, groot zijn de wensen.
God, leid de slag van mijn staf en verhoor mijn gebed.
Laat mij in uw naam handelen, dan zijn ze gered.
Plots voegt zich en pers zich door donkere kloven.
Het water uit de bron komt borrelend boven.

~
Salomons wijsheid
Mijn liefde is oneindig groot.
Uw wijsheid behoedt ons voor een zekere dood.
Ik dank U God voor deze kracht.
Die U mij schenkt iedere nacht.
Uw rijkdom is er om te delen.
Ik offer mijn wijsheid voor mijn volk, om het te helen.

~
David laat Saul leven
Wat lig je daar Saul, zo eenzaam en alleen.
Verdriet en weemoed slaat door mij heen.
Ach Saul waarom luister je naar laster?
Geloof in trouw is veel gepaster!
Een slip van je mantel snijd ik af.
Saul, als jij ontwaakt, sta jij paf!
God, geef mijn koning weer de kracht
Laat verdwijnen die duivels macht.

~
David speelt lier
Ik weid hier zeer rustig mijn schapen.
En heb alleen wat steentjes als wapen.
Maar ik voel Gods kracht in het snarenspel
van mijn harp, mijn trouwe metgezel.
Ik heb aandacht voor alles om mij heen.
Dat laat ik klinken in mijn muziek voor iedereen.

~
Rebecca bij de bron

Sprankelend fris in de ochtendzon.
Put ik water uit de bron.
Daar komt plots een karavaan.
Een dorstige vreemdeling komt daar aan.
Wenst een luttel water te drinken.
Maar hoor hoe schor ook de dieren klinken.
Vlug schep ik water en geef wat aan ieder dier.
Eliëzer vond mij voor Izaak op deze manier!

~
Mozes en Zippora
Ik rust lekker uit bij een bron in de schaduw.
Plots is er drukte lawaai en geduw.
Ik sta op en spreek me uit.
Hou toch op en kijk eens uit!
Het zuivere water wordt vuil door en door,
Wacht op je beurt en dring niet zo voor.
Die herders schrikken, ze houden zich in.
Voor mij en Zippora was dat het begin.

~
Benjamin
Mijn broers buigen diep voor Safenath-­‐Paneach.
Maar op mijn gezicht verschijnt een lach.
Mijn broers zwijgen stil, vol van angst.
Wat een ellende en wat een ontvangst.
Maar ik blijf geloven in het goede.
Zo ben ik nu onder Jozefs hoede.

~
Jozef legt dromen uit
Ook in dit donkere gevang blijf ik vol vertrouwen.
Er is hier veel te doen en ik moet hier ook flink sjouwen.
Nu vragen de bakker en schenker mij om raad.
Het is heel erg duidelijk, waar dat dromen over gaat.
Ook de farao weet nu van mijn kracht.
Ook hij luistert naar mij en geeft mij zelfs macht.
Ik schenk hem in deze duistere tijd wat licht.
Zo hou ik mijn oog steeds op God gericht.

~
De koningin van Sheba en Salomo
Ik heb veel rijkdom en  macht in mijn leven

En op vele vragen kan ik antwoord geven.
Zoekend ,ontdekkend trek ik langs de wegen.
Deze ontmoeting met Salomo is een milde zegen.
Want waarlijk zijn wijsheid en liefde zijn groot.
Gezegend zijn God en de vrucht van zijn loot

~

Mirjam legt Mozes te vondeling
Stil leg ik het mandje in het water.
Nu moet ik wachten.
O, was het maar later.
Daar is de muziek, wat een lieflijk geluid.
Ja, de prinses tilt hem het mandje uit.
Nu moet ik me laten horen met krachtige stem,
Prinses, ik weet wel een voedster voor hem.

~
Noach bouwt de ark
Ook al jouwen de mensen en wordt ik bespot.
Ik bouw elke dag aan de ark voor mijn God.
Vol vertrouwen en met noeste vlijt.
Maak ik me klaar voor de grote strijd.
De aarde schudt en beeft, de hemel daalt neer.
Maar ik vertrouw God en geloof in mijn Heer.

~
Salomons oordeel
Zo,n ruzie is waarlijk een doorn in mijn oog.
Twee kijvende vrouwen en een, die er loog.
Stil en aandachtig neem ik nu de tijd.
Liet me niet leiden door hun woordenstrijd.
Ik zoek naar de waarheid met mijn gevoel.
Ik spreek recht en geef het leven weer een doel.

~
De tocht door de Rode Zee
Voor mij is zee, zo rood als bloed.
Achter mij duister, nog zwarter dan roet.
Heter dan vuur brandt het zand mijn voeten.
Gruwelijk, jammerlijk moeten wij boeten.
Maar hier op het strand met mijn handen geheven.
Sta ik, Mozes, heel rustig en bid voor ons leven.
Gruw’lijke storm verdrijf de zee.
Pad kom vrij! Water splijt in twee.

~
Elia en de stilte
Stormwind, waai maar vol vuur en vlam.
Bergen, beef maar schokkend stram.
Felle flits, jij teisterend licht.
Ook jij verborg niet Gods aangezicht.
Maar jij, zachte en suizende stilte, jij raakt,

Ja, jij vult mijn geest, die nu helder ontwaakt.

~
Jozef deelt voedsel uit in Egypte.
Ik, die eens in een put was gesmeten,
Ben nu een koning moet je weten.
Die mensen daar krijgen drie zakken graan.
Deze man hier kan wel met een zak volstaan.
Geef die jonge familie ook honing en fruit.
Die oudere man geef je extra beschuit.
Ik luister goed en kijk iedereen aan.
Dan spreek ik mijn oordeel en geef ik hen graan.

~
Mozes slaat water uit de rotsen

Water! Voeg je en pers je door duistere kloven.
Wel omhoog jij bron!  Kom borrelend boven.
Sprankel op de steen en klink met geklater.
Spetter en spuit uit de rotsen jij water.
Kijk! …. Helder, doorzichtig en onverwacht.
Zo schenkt God mij levenskracht.

~
Ester
Al ben ik gekozen tot hoogste vrouwe in ‘t land.
Toch is mijn hart aan mijn volk verpand.
Ook al is het verraden, ik blijf het trouw.
Ik lijd met mijn volk en ga ook in de rouw.
Ik help en ben tot alles bereid.
Tot ik mijn volk heb bevrijd.

~
Daniel in de leeuwenkuil
Mijn ziel heeft nu vensters met prachtig glas.
Ik laat alles naar binnen, waarvan ik weet dat het goed was.
Wat ik ruik, proef, zie of hoor.
Ik onderzoek alles, ga elke dag door.
In deze leeuwenkuil blijf ik dus rechtop staan.
Ik ben het beeld van God en daar komt geen leeuw aan!

~
Jozua voor Jericho
Jij muur, die zo steil als een klif voor mij oprijst.
Buig voor de man, die zijn God prijst.
Galm ! Golven van hoorngeschal.
Dring door merg en been overal.
En na zeven rondes laat nu klinken uw stem.
Schreeuwt voor uw God, want de eer is aan hem!
Gierende gramschap verscheur deze muren!
Zie! Jericho valt al na enkele uren.

~
David en Goliath
Jij reus, jij komt met zwaard en lans.
Maar tegen God heb jij geen kans.
En laat dat vloeken maar achterwege.
Vandaag geeft Jahweh mij de zege.
Ik doe een sprong en grijp een steen uit mijn tas.
Ik zwaai mijn slinger en ben in mijn sas.
Ik richt en werp harder, dan iemand kan werpen.
Hoor dat vallende harnas eens kraken en knerpen.

~
Samuel op weg
Hard is de wet van de hemel op aarde.
Zwakheid ontneemt elke kracht weer zijn waarde.
Doorzetten, wakker en juist in het oordeel.
Weet wat je doet, dan heeft God ook zijn voordeel.
Ik ga nu op weg en die weg is nog lang.
Maar iedere stap is van levensbelang.

~
Elia’s afscheid van Elisa
De wind steekt op, het is een storm.
Geraas omringt mij, hoe enorm.
Een wiel, een hoef, dat is zeker een span.
Een wagen daarachter, met daarin een man.
Maar dat is Elia, die rijdt in die wagen.
En daar zweeft zijn mantel , die zal ik nu dragen.
Een mantel vol geestkracht heeft hij mij gegeven.
Zo kan zijn grootheid in mij verder leven.

~

De tempel van Salomo
Stevig sta ik, meet ik, weet ik.
Statig richt ik scherp mijn blik.
Links staat Boaz’s donkere kracht.
Rechts straalt Jachin’s gouden pracht.
Hij die standvastig is.
Hij die zich opricht.
Ik heilig de weg, die zich richt naar dit licht.

~
Mei 2001 en herschreven feb.2008.
Lisette en Martin Stoop.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Tagwolk

%d bloggers op de volgende wijze: