Via: http://www.vrijescholen.nl/public/nl.vrijescholen/www/files/1338290836_Getuigschriftspreuken%20klas%202%20en%20klas%203%20-%20divers.pdf

~

Samenstromen
In de zee ligt een rots.
stevig, donker en vol trots.
Hij weerstaat elke branding,
elk getij.
En geeft af en toe een gedachte
aan al dat beuken en kolken,
dat rollende stromen vrij.

~
Samenstromen
Het glinst’rend stromen,
van kab’lende beken,
het eind’loos dromen,
op zonnige weiden.
Het lisp’lend ruisen,
van buigende berken,
het zachtjes suisen,
van mijn haar in de wind.
zo sta ik te genieten,
van alles om mij heen.

~
De dam
Klonkspatterdebom
De steen rolt om
In ’t klat’rende water
De jongen – heel krachtig
Werkt verder
Voor veel later
Klonkspatterdebom
De steen rolt om
In kolkende stromen
En straks is de dam daar
Met stenen
Uit je dromen

~
Mooi
In ’t glinst’rend geklater,
met m’n voeten in ’t water.
De oever vol lissen,
de beek vol met vissen.
Al deze dingen,
doen mijn hart,

doen mijn hart,
ze laten mijn binnenste,
mijn diepste zo zingen!

~
Rust
En zie haar nu dalen,
zacht doven de stralen.
De zon gaat nu rusten,
zeg haar welterusten,
wens haar goedenacht
Morgen is ze er weer,
met al haar hitte, al haar pracht.

~
Goed kijken
De wind in de bomen
Je hoort er het ruisen
Het zwellen van stromen
Het kolkende bruisen
De zon gaat nu stijgen
Als nachten verscheiden
Ik kan enkel zwijgen
Geniet er van beiden

~
Vissen
Een beer staat te vissen,
echt heel onbesuisd.
’t Plonst en het klatert
het schuimt en het kolkt
en ’t bruist.
Een beer staat te vissen,
met heel veel misbaar.
De vissen blijven weg,
zij kijken wel uit:
weg van ’t gevaar.

~
De windmolen
Midden in ’t land
wiekt er een molen
wit met zijn bladen
stroom voor de mens.
Beneden, eronder
staat er een jongen
genietend van strakke lijnen
en ’t suizen van wind.

~
De eik, de toren en ik
De eik wil de klokkentoren
met zijn kruin graag voorbij.
Daarom is hij de grootste,
de mooiste in de rij.
Zo staat hij, midden in ’t dorp,
hij is ‘t dak van het plein.
Hij doet je verwonderen,

met het hoofd in de nek;
wat is groot en wat is klein?

~
De vlinder
Een vlinder, heel teer,
vliegt langs de beek
en strijkt op een stengel neer.
Het wiegt ’t in de wind,
op en dan neer.
En komt de wind met vlagen,
dan vertrouwt hij keer op keer
en met krachtige slagen,
zijn frêle vleugels weer.

~
Bloemen
In de warme bries
Buigt een bloemenwei
En daar middenin
Daar staat helemaal vrij
Een berk mee te wuiven
Zo danst de hele natuur
Kleurig in d’ zomerzon
Ik zit hier en schilder
Tijd verstrijkt, uur na uur

~
Roeien
Met diep brommende vleugels,
komt een libel voorbij.
Hij zoemt over ’t water,
scheert langs het riet.
Dan gaat hij zitten
op de rand van mijn boot
Ik stop met roeien,

kijk en geniet.

~
Storm
Een storm stuift over het meer
en geselt daar al zijn regen neer.
Zie het schuimen, zie het kolken
alles wit en grijs, ook de wolken.
En in al dat geweld vliegt een dier,

een meeuw krijsend van plezier!

~
De mier en de beuk
De mier klimt in de beuk,
verkneukelt zich
en denkt, dat is leuk!
Ik mag dan wel veel kleiner zijn,
ik heb ogen

en dus ’t uitzicht, dat is fijn!
Hoe hij de einder ook bemint,
hoog in de kroon,
’t was gerekend, buiten de wind.

~
De rups en het blad
Een rups met hekel aan regen,
zocht een klaverblad ertegen.
Toen ze er een gevonden had,
werd ze uiteindelijk toch nog nat.
Want: “Dat is mijn natuur,
Ik eet al het groen, uur aan uur!”

~
De herberg in ’t land
Midden tussen ‘t eenzame land,
staat een huis langs de waterkant.
Erlangs loopt een pad, over een dijk,
naast het huis, een oude eik.
De deur is er altijd wijd open,
voor ‘n ieder die langs komt lopen.
De waard glimlacht vriend’lijk en breed:
“Je bent altijd welkom, ’t is dat je ’t weet!”

~
De fietser
Langs woeste maar vredige duinen,
met zandige dalen, sprietige kruinen,
is het heerlijk fietsen!
Vooral met een stevige bries in de rug,
dan gaat het lekker,heerlijk en vlug,
het is heerlijk fietsen!
Maar terug zal het ook fiks waaien,
of heb je geluk en gaat hij draaien?

~
De boer en het water
Een boer viel met veel geklater,
van de brug, plons, in het water.
Na het werk op het land,
had-­‐ie geleund, over de rand.
Om rare vreemde bekken,
in glins’trende water te trekken.
Een voorn, daar niet van gediend,
sprong hoog op uit ‘t water
en zei: “Zwemmen m’n vriend!”

~
De kikker en de waterval
Een kikker kwaakte heel ongeduldig,
hij vloekte en tierde veelvuldig:
“Wel potver… Hier en daar en daar,

die waterval is een groot gevaar!
Hij spoelt mij steeds weg, zo van woesj,
terwijl ik echt toe ben aan een douche!”
Zo lag hij daar te baden, tussen het riet.
Allemaal drukte om niks, vind je ook niet?

~
Over de stroom langs de wachter
Over de stroom is een brug gebouwd,
sterk en van staal, heel vertrouwd.
Ervoor staat een gewapende wachter,
hij waakt over ‘t land erachter.
Wees niet bang voor wachter en brug,
de één zal je dragen, de ander wijkt terug.

~
De vlinder
Kijk, op het lelieblad zit,
een vlinder, stralend koolwit.
Op zijn vleugels glinstert het,
van water en van stralenpret.
Wanneer ik nu lichtjes en loom,
voorzichtig verstrengel,
zicht, gevoel en droom,
dan, dan lijkt het wel een engel.

~

De otter
In het water, eerst op haar rug,
dan met een plons en een duik,
op haar zij of buik,
zwemt een otter, heen en terug.
De staart zwiept met veel geklater
druppels van glinst’rend water.
Elke slag en elke wending is raak

vaardig, behendig vermaak!

~
De molen
Hoor het suizen, diep en krachtig,
wind en wieken, heel eendrachtig.
Binnen piept het, ‘t kreunt en kraakt,
van raderen uit houtgemaakt.
Natuur en mens, dezelfde stroom,
gedachte, wens, gevoel en droom,
Ze komen samen in de molenaar,
die meel maakt van uit volle aar

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Tagwolk

%d bloggers op de volgende wijze: