via:http://www.vrijescholen.nl/public/nl.vrijescholen/www/files/1338290593_Getuigschriftspreuken%20klas%201%20-%20Gedichten%20in%20de%20vorm%20van%20affirmaties%20in%20de%20sprookjessfeer.pdf

30 getuigschriftspreuken voor klas 1
Geschreven in mei 2005 door Lisette en Martin Stoop
Gedichten in de vorm van affirmaties in de sprookjessfeer.

~
De twee gebroeders
Met het zwart op het ijzer roep je mij.
Moedig en trouw sta ik je bij.
Ik richt met zilver op een heks die slaat.
Zo bevrijd ik jou en alle dieren kordaat.

~
Het aardmanneke.
Ik schenk je graag wat brood om te eten.
Wat? Laat je het vallen? Dan kun je het wel vergeten!
Het manneke onthult mij in rust de geheimen die hij kent.
Zo ben ik jonge jager, nu als koning bekend.

~
De bijenkoningin.
Kijk! Duizend dankbare mieren vinden parels.
He! De geredde eenden duiken de sleutel op.
Oh! Nijvere bijen herkennen het zoete zo zacht.
Zo wordt mij als dank een koninkrijk gebracht.

~
Sterke Hans.
Deze ijzeren staf geeft mij steun op mijn reis.
Met een vragende dwerg deel ik graag mijn spijs.
Ik overwin de driftkop, maar draag zijn ring trouw.
Luchtgeesten helpen mij. Ik red nu de jonkvrouw.

~
Het dappere snijdertje.
Een woeste eenhoorn, die draaft door het woud.
Daarvan krijg ik het niet warm of koud.
Het juiste moment nu afgewacht.
Een sprongetje opzij…….dat had hij niet verwacht!

~
Het zeehaasje.
Onder haar eigen haar, voor het zoekend oog verborgen,
Zit ik veilig en warm, maak ik mij geen zorgen.
De vos, die ik eens liet leven,
Heeft waarlijk de juiste raad gegeven.

~
De koning van de gouden berg.
Vol vertrouwen sta ik in mijn eigen kring.
Geef ik antwoord aan dat duivels ding.
Ik stap in het bootje, ga mijn eigen weg
De rivier brengt mij verder de duivel heeft pech.

~
De drie veren.
Mijn veer valt loodrecht naar benee.
Door het luik daal ik af, tree voor tree.
De pad geeft welwillend, wat ik vraag.
Vandaar, dat ik nu de koningskroon draag.

~
De ijzeren kachel.
Met 3 naalden, 3 noten en het wiel van de ploeg
Heb ik een onzekere tocht voor de boeg.
Met de raad van de pad red ik het wel.
De koningszoon is mijn levensgezel.

~
De duivel met de drie gouden haren.
Poortwachter! Kerel! hoor ik dat goed?
Jullie bron staat droog? En hij was zo zoet!
Poortwachter! Beste! De boom geen vruchten meer heeft?
Ik zorg, dat de duivel mij het antwoord geeft.
~

Het dappere snijdertje
Zeg kereltje, jij ukkepuk, loop heen.
Ik knijp druppels uit een steen!
Ach wat, kijk goed, jij grote snoes.
Ik knijp mijn steen tot moes!

~
De ganzenhoedster.
Mijn gouden haren, daar blijf je vanaf!
Hup hoedje vlieg, zet Koertje in draf.
Naar de koning rent Koertje en klaagt daar luid.
Dankzij de kachelpijp ben ik nu de bruid.

~
De twee gebroeders.
Wat is dit? Waar zijn mijn voeten, mijn knieën, mijn benen?
Mijn hoofd achterstevoren, loop nou toch henen!
Fluks, niet gedraald, een flinke slag.
Hoofd eraf en erop. Ik ben er weer! Wat een dag.

~
De zes zwanen.
Sterrenbloemen weef ik dag en nacht.
Zie, zes zwanen komen, zoals verwacht.
Voor ik verbrand, maak ik mijn broers vrij.
Nu mag ik weer spelen. Ik ben blij.

~

De twee gebroeders.
Wedden, dat ik koninklijk brood zal eten.
Hup haas huppel, laat die slagershonden zweten.
Spring met vrolijke, olijke sprongen en snel.
De koningsdochter herkent haar ketting wel.

~

Het dappere snijdertje.
Die reuzen zijn zeker heel krachtig.
Alleen ik ben onzichtbaar en dus heel machtig.
Die onwetende reuzen zijn wel opvliegend en sterk,
Maar ik ben slim en ga met plezier aan het werk.

~
De duivel met de drie gouden haren.
In het hol van de duivel was ik veilig als mier.
Zijn grommen en snuiven hielp hem geen zier.
Wakker hoorde ik het antwoord op mijn vragen.
Die geheimen kan ik nu de wereld in dragen.

~
Koning Lijsterbaard.
Ik zet mijn geliefde prinses aan het werk.
Zie haar groeien, ze wordt aardig en sterk.
Als koning stuur ik, heb ik alles in de hand.
Dankzij de soepzooi regeren wij samen het land.

~
Het boshuis.
Ik breng de oude man zijn eten.
Ook haan, kip en koe ben ik niet vergeten.
De betovering breekt, ook de dienaren zijn vrij.
En de koningszoon wil trouwen met mij.

~
Het zingende springende leeuwerikje.
Ik wens alleen een zingende springende leeuwerik.
Vader ontmoet een leeuw tot zijn schrik.
Ik ga welgemoed en wordt verwacht.
Zo ontmoet ik de leeuw, mijn prins in de nacht.

~
Bontepels.
Ik blijf trouw aan mezelf ga weg van hier.
Verstop mijn schoonheid onder de pels van een dier.
Even dans ik vrolijk rond in het paleis.
De koning ziet mijn schoonheid en in de soep ligt het bewijs.

~
De stukgedanste schoentjes.
Die wijn verdooft! Ik giet hem in de spons.
Ik doe net alsof. Ik ga liggen met een bons.
De raad van die oude vrouw is mij veel waard.
Ik blijf goed wakker, zo wordt mij het geheim geopenbaard.

~
De kikkerkoning.
Prinses, prinses laat mij niet staan.
Poeh, poeh ik ga er achteraan.
Pok, pok, pok, klop ik op de poort.
Feest, feest, feest, samen zoals het hoort.

~
IJzeren Hans.
Mijn nieuwe land is in gevaar.
IJzeren Hans! IJzeren Hans! Ben je daar?
Een paard en een harnas krijg ik uit het woud.
Een ridder ben ik, strijdbaar en stout.

~
Vondevogel.
Ik bescherm jou als rozenstruik en draag jouw roos.
Ik omhul jou als kerk en draag jouw kroon.
Ik draag jou als vijver en geef je de kracht.
Pak die boze dienstbode en verzuip haar zacht.

~
De geest uit de fles.
Zeg geest, wat ben jij indrukwekkend groot.
Dat meen je toch niet. Wil je me dood?
Kruip eerst maar eens terug in je fles als je kan grote geest.
Ja Mercurius! Nu ben ik jou de baas geweest.

~
IJzeren Hans.
Die gouden appels vang ik wel.
IJzeren Hans helpt me in dit spel.
Ooit bevrijdde ik hem uit zijn kooi.
Nu mag ik trouwen met die prinses zo mooi.

~
Het ezeltje.
Muziek wil ik maken, spelen de luit.
Mijn vingers te groot, wat maakt dat uit?
Veel en vaak oefen ik hier.
Elke dag spelen brengt mij plezier.

~
De koningszoon, die nergens bang voor was.
Beste reus, ik kan alles wat ik wens.
De dieren, die de wacht houden, herkennen een mens.
Ik reik door de ring en pluk de appel van het leven.
Dan kan jij die aan je liefje geven.

~

Vogel grijp.
Deze appels zijn gezond. Mijn scheepje is snel.
Honderd hazen hoeden, dat kan ik wel.
Ik ontmoet het mannetje en vertel wat ik doe.
Zo valt mij de koningsdochter toe.

~
mei 2005
Lisette en Martin Stoop

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Tagwolk

%d bloggers op de volgende wijze: